EcoDesign
Eco Design Duurzaam Natuur Milieu
 
Ecodesign en Europese richtlijn
Via de Europese richtlijn Ecodesign 2009/125/EG kan de Europese Commissie eisen stellen aan het ecologisch ontwerp van energiegerelateerde producten.
Lees verder..
 
Ecodesign en milieucriteria
Ecodesign is een relatief nieuw begrip, dat het streven uitdrukt om bij het ontwerp van een proces of product niet alleen rekening te houden met economische, technische en menselijke criteria, maar ook met milieucriteria.
Lees verder..
 
Regels voor ecologisch ontwerpen
De ministerraad heeft op voorstel van minister Cramer ingestemd met regels voor ecologisch ontwerpen van producten. De Europese regels voor ecodesign worden vertaald naar de Nederlandse wetgeving.
Lees verder..
 
Richtlijn Europees parlement
Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten.
Lees verder..
 
Studenten en ecologisch ontwerpen

Ecodesign Award - De OVAM doet een beroep op jou, de Vlaamse ontwerper in spe, voor verfrissende ideeën en vernieuwende producten waarbij je rekening houdt met het milieu. Jonge ontwerpers spelen een grote rol in de toekomst van ecodesign. De OVAM waardeert hun prestaties en reikt daarom de Ecodesign Awards voor studenten uit. Hiermee belonen we studenten die al tijdens hun opleiding milieuknelpunten bewust in hun ontwerp aanpakken. Op deze manier hopen we deze jonge ontwerpers te inspireren om ook later, in hun professionele loopbaan, oog te hebben voor ecodesign. Bovendien spoort dit initiatief ook de scholen aan om ecodesign als een volwaardig thema op te nemen in het curriculum van de ontwerpopleidingen. Zo slaan we twee vliegen in één klap.
De ingediende projecten kaderen binnen een schoolopdracht die niet specifiek gericht was op ecodesign maar waarin de student zelf bewust milieuaspecten integreerde.
http://www.studentenaward.be

 
Mogelijk gemaakt door:

Magazine Duurzaam Verder

 
Ecodesign

▲Top


Via de Europese richtlijn Ecodesign 2009/125/EG kan de Europese Commissie eisen stellen aan het ecologisch ontwerp van energiegerelateerde producten. Op basis van productstudies zijn voor verschillende productgroepen voorschriften vastgesteld. Per productgroep wordt het milieuprofiel bepaald om vervolgens tot specifieke milieucriteria te komen. Het gaat hierbij om producten die veel verkocht worden (meer dan 200.000 eenheden per jaar binnen de EU) en die een grote impact hebben op het milieu.
Bron; www.senternovem.nl/ecodesign


OVAM Ecodesign Award PRO

Ecodesign speelt meer en meer een rol bij het ontwerpen van producten. De Ecodesign Award PRO is als een extra categorie opgenomen in de Henry van de Velde Awards.

Ook dit jaar worden professionele ontwerpers beloond voor hun inspanningen voor een schoner milieu. De OVAM Ecodesign Award PRO 2010 heeft een categorie ‘product op de markt’ en een categorie ‘product in ontwikkeling’. Voor beide categorieën is er één winnaar die respectievelijk een geldprijs van 4.000 euro en 2.000 euro ontvangen. Onder de eerste categorie worden ook een aantal labels toegekend. Indienen kan tot 3 september 2010.

Studenten productontwikkeling, vormgeving of verpakkingsontwerp die in hun eindwerk of jaarproject de milieu-impact van het product in rekening brengen en maatregelen nemen om de milieu-impact te verlagen maken jaarlijks kans op de OVAM Ecodesign Awards voor studenten.
Bron: http://www.stichtingmilieunet.nl/andersbekekenblog/agenda/ovam-ecodesign-award-pro-oproep-kandidaten-editie-2010.html
 
Het milieu in de regio Rotterdam

▲Top


Europese regels voor ecodesign

Voor de preventie van afval zijn er Europese regels voor ecodesign die worden vertaald naar de Nederlandse wetgeving. Ecologisch ontwerpen van producten volgens het principe van ecodesign levert milieuwinst op omdat in het ontwerpstadium van een product rekening wordt gehouden met de milieueffecten tijdens de levensduur. In de productiefase wordt gelet op de hoeveelheid grondstoffen en uitstoot van schadelijke stoffen. In de gebruiksfase wordt gelet op het verbruik van energie, water of andere elementen en de luchtkwaliteit. In de afdankingsfase wordt het product zo goed mogelijk gerecycled. De Europese regels worden verbreed van het directe energieverbruik van producten naar het indirecte energieverbruik.
Meer over Rotterdam
Museum Rotterdam en het project wijnieren
 
Ministerraad akkoord met regels voor ecologisch ontwerpen

▲Top


De ministerraad heeft op voorstel van minister Cramer ingestemd met regels voor ecologisch ontwerpen van producten. De Europese regels voor ecodesign worden vertaald naar de Nederlandse wetgeving.

Ecologisch ontwerpen van producten volgens het principe van ecodesign levert milieuwinst op omdat in het ontwerpstadium van een product (bijvoorbeeld huishoudelijke apparaten) al rekening wordt gehouden met de milieueffecten daarvan gedurende de hele levensduur. In de productiefase moet er op worden gelet of grondstoffen nodig zijn en of uitstoot van schadelijke stoffen plaatsvindt. In de gebruiksfase van het product gaat het erom of energie, water of andere elementen worden verbruikt en of de luchtkwaliteit wordt beïnvloed. In de afdankingsfase is van belang dat het product zo goed mogelijk wordt gerecycled.

De Europese regels legden tot nu toe de nadruk op het energieverbruik van producten waar een stekker aan zit (zoals televisies, koelkasten). Dat wordt nu verbreed naar producten die een indirecte invloed hebben op het energieverbruik. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om producten zoals ramen, waarvan de isolerende eigenschappen van invloed zijn op de benodigde energie voor het verwarmen en koelen van gebouwen. De Europese Commissie zal de komende tijd samen met de lidstaten van de Europese Unie een lijst opstellen met producten die onder de nieuwe regels zullen vallen.

Ecodesign is een krachtig instrument waarbij voor alle lidstaten dezelfde eisen gelden voor wat betreft de milieuprestatie van producten. Als een fabrikant niet voldoet aan deze eisen dan mag een product niet op de Europese markt worden gebracht. Verduurzaming van de samenleving is het uiteindelijke doel.

De ministerraad heeft ermee ingestemd dat het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State zal worden gezonden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer.
Bron: minvrom.nl
 
 
Ecodesign

▲Top


Ecodesign is een doorgedreven vorm van eco-efficiënt werken waarbij milieugerichte productontwikkeling centraal staat.

Ecodesign is een relatief nieuw begrip, dat het streven uitdrukt om bij het ontwerp van een proces of product niet alleen rekening te houden met economische, technische en menselijke criteria, maar ook met milieucriteria. Vroegere methodologiën (ontwikkeld sinds het groeiende milieubewustzijn en de opkomst van de groene beweging in de jaren 1970) zorgden er vooral voor dat milieuschade opgeruimd werd bij het vrijkomen van de schadelijke stoffen in het milieu. Dit worden end-of-pipe-oplossingen genoemd. Een typisch voorbeeld hiervan is een autokatalysator, die schadelijke stoffen afbreekt net voor ze de uitlaat verlaten. Bij ecodesign wordt een proces volledig herontworpen zodanig dat schadelijke stoffen in veel mindere mate, of helemaal niet, aangemaakt worden. Ecodesign het vermijden van afval door middel van preventie. Dit bespaart niet alleen in materiaal om de vervuilende stoffen aan te maken, maar bespaart ook op de tijd, geld en energie om de vervuilende stoffen weer af te breken.

Bij ecodesign wordt, net als bij eco-efficiënt werken, de volledige levenscyclus van een product of proces bekeken en worden de hoogste milieubelastingen het eerst aangepakt. Ecodesign kan plaatsvinden door een product te herontwerpen of door de markt te herbekijken en bij te sturen. Een voorbeeld van dit laatste was de ontwikkeling van een multifunctionele printer voor klein gebruik, die kan printen, scannen, kopiëren en faxen. Dit biedt een zeker milieuvoordeel omdat vroeger diverse apparaten aangeschaft dienden te worden (met elk hun productie- en afval). Dergelijke vergelijkingen gelden over het algemeen slechts voor bepaalde groepen en kunnen voor een andere doelgroep anders zijn (grootgebruikers ten opzichte van kleingebruikers).
wikipedia.org
 
 
Ecodesign of niet? Nieuw ontwerp voor Museumpark Rotterdam

▲Top


Sinds 2005 was het evenemententerrein buiten gebruik wegens de bouw van de Museumparkgarage. Deze door Architectenbureau Paul de Ruiter ontworpen parkeergarage biedt plaats aan 1.150 auto's. De bouw liep veel vertraging op. In de volksmond werd het de 'blunderput' genoemd. De bouwkosten, die aanvankelijk op 54 miljoen euro waren geraamd, stegen tot over de 100 miljoen.

Met de herinrichting van het Museumpark is het oorspronkelijke ontwerp van Rem Koolhaas (OMA), Yves Brunier en Petra Blaisse uit de eerste helft van de jaren negentig hersteld en verbeterd. Het evenemententerrein heeft de kleuren van de Europese vlaggen gekregen. Ook zijn er 228 Robinia's geplaatst, de Rotterdamse stadsboom. In het deel richting de KunstHal, de romantische tuin genoemd, zijn nieuwe plantvakken gekomen. Het park is voorzien van nieuwe verlichting. Het herontwerp is gemaakt door OMA en de Dienst Stedenbouw en Volkshuisvesting van de Gemeente Rotterdam.
lees meer ...... ontwerp Museumpark Rotterdam
 
 
Richtlijn inzake Ecodesign

▲Top


Verkleinde weergave

Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van eisen inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten.


Essentie voorstel

Het voorstel voor de herziening van de bestaande richtlijn Ecodesign maakt onderdeel uit van het actieplan duurzame consumptie en productie en duurzaam industriebeleid. De kern van de herziening is het ontwikkelen van een dynamisch raamwerk dat moet leiden tot stimulering van een energie- en milieu efficiëntere productie. Daarnaast stelt de Europese Commissie met de herziening voor de reikwijdte uit te bereiden van energieverbruikende producten naar energiegerelateerde producten (transportmiddelen uitgezonderd), zoals isolatiematerialen. Verder wordt voorgesteld dat bij een herziening in 2012 bezien zal worden of een verdere uitbreiding naar alle product(groep)en nodig is.

Het oordeel ten aanzien van de subsidiariteit en proportionaliteit is positief. Voor een goede werking van de interne markt en met het oog op een level playing field voor energiegerelateerde producten zijn gemeenschappelijke regels op Europees niveau noodzakelijk. Ook toont de Commissie in haar impact assessment dat voor energiegerelateerde producten op kosteneffectieve wijze een aanzienlijk milieueffect kan worden behaald. Het betreft een minimumharmonisatie door middel van een kaderrichtlijn. En door deze uitbreiding kunnen nu ook voor andere product(groep)en dan energieverbruikende producten minimumnormen vastgesteld worden voor de gehele EU. Het stellen van lagere normen voor deze product(groep)en wordt dan onmogelijk.

Het herzieningsvoorstel heeft tot gevolg dat de Wet milieubeheer (Wm) aangepast moet worden. De kosten daarvoor worden ingepast op de begroting van de beleidsverantwoordelijke departementen, conform de regels budgetdiscipline.

Vanuit het voorstel zijn er geen financiële gevolgen waarneembaar voor het bedrijfsleven en burger. Door vaststelling van uitvoeringsmaatregelen per product(groep), waar de kaderrichtlijn Ecodesign een basis voor biedt, kunnen administratieve lasten en financiële gevolgen voor het bedrijfsleven en de burger ontstaan. Deze (administratieve) lasten voor bedrijven, en in het bijzonder het MKB, dienen inzichtelijk worden gemaakt en zoveel mogelijk te worden beperkt. Een eerste voorzichtige schatting van de administratieve lasten, die na implementatie van deze herziene richtlijn uit de vaststelling van de uitvoeringsmaatregelen kunnen voortvloeien, bedragen tussen de € 2 en € 5 miljoen.

Dit voorstel heeft geen gevolgen voor de uitvoerbaarheid en de handhaafbaarheid van de richtlijn. Ook hierbij geldt dat pas bij de vaststelling van uitvoeringsmaatregelen (UM) er taken voor de overheid ontstaan op het gebied van toezicht en handhaving. Nederland zal bij de voorbereidingen tot de vaststelling van de UM aandacht vragen voor de handhavingaspecten, waarbij zowel handhaving binnen de Europese markt als aan de Europese buitengrenzen een rol speelt.

De Commissie verstaat onder energiegerelateerde producten, waartoe de reikwijdte van de Richtlijn Ecodesign wordt verbreedt, producten die zelf geen energie verbruiken, maar wel van invloed zijn op het energiegebruik (zoals isolatiematerialen). In de ogen van Nederland is nog onvoldoende duidelijk welke producten voldoen aan de omschrijving van ‘energiegerelateerde producten’; een meer sluitende definitie lijkt hier wenselijk. Om die reden vraagt Nederland de Commissie om een verdere verduidelijking van de definitie van ‘energiegerelateerde producten’, vooral ten aanzien van de begrippen ‘energiegerelateerdheid’ en ‘het van invloed zijn op het energiegebruik’.

Daarbij zal Nederland de Commissie vragen om op basis van gedegen Life Cycle Analyses (LCA’s), studies en analyses met een (niet uitputtende) lijst te komen van producten die onder de reikwijdte van de herziening zouden kunnen vallen.

Nederland is verder tevreden met het voorstel van de Commissie. Volgens Nederland is er met de voorgestelde uitbreiding naar energiegerelateerde producten, sprake van een evenwichtig voorstel door de gebalanceerde benadering tussen duurzaam produceren en consumeren en duurzaam industriebeleid.

In haar impact assessment identificeert de Commissie, naast energiegerelateerde producten, voor een aantal andere productgroepen aanmerkelijke mogelijkheden voor kosteneffectieve milieuwinsten. Onderzoek op dit gebied is echter nog niet afgesloten en er blijft daarom onduidelijkheid over de mate van (kosten)effectiviteit van een nog verdere uitbreiding van de Richtlijn. Daarom stelt de Commissie voor dat na de afronding van die onderzoeken, op basis van een evaluatie van het actieplan, in 2012 bezien zal worden of verdere uitbreiding van de reikwijdte van de Richtlijn Ecodesign naar alle producten nodig is. Mede op basis van die evaluatie kan een uitspraak worden gedaan over de effectiviteit van de Richtlijn Ecodesign en kunnen rationaliteit en legitimiteit van een verdere uitbreiding afgewogen worden.

Nederland ziet graag dat de Commissie reeds in 2011 de onderzoeken afrondt en verzoekt de Commissie om de lidstaten over de resultaten van die onderzoeken te informeren.

De in juli 2005 vastgestelde kaderrichtlijn Ecodesign (2005/32/EG) stelt door middel van nog vast te stellen uitvoeringsmaatregelen (hierna: UM) energie- en milieu-eisen aan het ontwerp van energieverbruikende producten. Vanaf 2009 zullen de eerste UM vastgesteld worden, die een jaar na de vaststelling inwerking zullen treden (dus vanaf 2010).

Er worden thans voor 20 productgroepen UM voorbereid. Enkele voorbeelden daaruit: Cv-ketels, computers, televisies, stand-by, kantoorverlichting, straatverlichting en huishoudelijke verlichting. Per productgroep wordt het milieuprofiel bepaald om vervolgens tot UM te komen. Een belangrijk onderdeel is de eis aan het maximale energieverbruik.

De kern van de herziening van de richtlijn Ecodesign wordt gevormd door een dynamisch raamwerk dat leidt tot stimulering van energie- en milieu efficiëntere energieverbruikende en energiegerelateerde producten. Bij het vaststellen van de minimumeisen wordt bovendien direct gecommuniceerd over de ‘beste stand der techniek’ in de vorm van benchmarks, zodat inzichtelijk wordt hoe de regelgeving zich in de loop van de tijd zal ontwikkelen. Het dynamische raamwerk ontstaat door regelmatige aanscherping van de eisen en de benchmarks. Op basis van de voorgestelde uitbreiding van de reikwijdte van de Richtlijn Ecodesign kunnen, naast de huidige energieverbruikende apparaten, ook ten aanzien van energiegerelateerde producten (transportmiddelen uitgezonderd) minimumeisen gesteld worden voor de meest relevante milieu-aspecten.

De herziening van de richtlijn Ecodesign is onderdeel van het actieplan duurzame consumptie en productie en duurzaam industriebeleid (SCP/SIP). Het geeft de integrale strategie aan waarmee de Commissie vorm wil geven aan duurzame consumptie en productie en het omzetten van uitdagingen op het gebied van klimaat van milieu in economische kansen.

Subsidiariteit en proportionaliteit

a) Bevoegdheid: Artikel 95 EG-verdrag.
b) Functionele toets:
Subsidiariteit: positief

Uitbreiding van de reikwijdte geschiedt op basis van het Actieplan duurzame consumptie en productie, dat een verdere verduurzaming van consumptie en productie (in Europa) nastreeft. De noodzaak tot het gezamenlijk optreden is daarbij groot.

Voor een goede werking van de interne markt in de EU en met het oog op een level playing field voor energiegerelateerde producten zijn gemeenschappelijke regels op Europees niveau nodig.

Proportionaliteit: positief

De uitbreiding van de reikwijdte brengt geen wijziging aan in het gekozen instrument, namelijk een richtlijn. De uitbreiding van de kaderrichtlijn maakt het mogelijk dat door middel van UM er nu ook voor andere productgroepen dan energieverbruikende producten minimumnormen vastgesteld kunnen worden. In de impact-assessment van de Commissie wordt geconstateerd dat de milieuwinst in ieder geval bij energiegerelateerde producten (heel) hoog en kostenefficiënt is, waardoor deze uitbreiding noodzakelijk en proportioneel is.

c) Nederlands oordeel:
Op basis van de kaderrichtlijn Ecodesign kunnen thans minimumeisen gesteld worden aan energieverbruikende producten. Nederland heeft waardering voor het initiatief van de Commissie, waarbij de reikwijdte van de kaderrichtlijn verbreedt wordt naar energiegerelateerde product(groep)en. Het is belangrijk om zo een initiatief op Europees niveau te nemen, temeer het een verdere verduurzaming van consumptie en productie (in Europa) ten goede zal komen.

Nederland is een sterk voorstander van getrapte normstelling, benchmarks en het opnemen van een herzieningsdatum in de uitvoeringsmaatregelen, die op basis van deze Richtlijn worden vastgesteld.

Consequenties

Implicaties financieel

a) Consequenties EG-begroting
De uitbreiding van de product-reikwijdte van de Richtlijn Ecodesign verbreedt de keuze van productgroepen, waardoor voor meer productgroepen UM vastgesteld kunnen worden. De Commissie schat dat de wijziging van de reikwijdte van de richtlijn hen € 702,000 gaat kosten. De kosten voor de UM zijn daarbij niet inbegrepen. Tevens is voorgaand bedrag exclusief overhead-kosten.

b) Financiële consequenties (incl. personele) voor rijksoverheid en/ of decentrale overheden
Als gevolg van het voorstel, moet de Wet milieubeheer aangepast worden. De kosten daarvoor worden ingepast op de begroting van de beleidsverantwoordelijke departementen, conform de regels budgetdiscipline. De personele consequenties worden geschat op 0.2 fte en wordt binnen de bestaande formatie ingepast.

Er dienen verder kosten gemaakt te worden om het bedrijfsleven voor te lichten over deze uitbreiding (excl. de UM) Ook deze kosten komen voor rekening van het beleidsverantwoordelijke departement.

Tot slot zijn er geen financiële gevolgen voor decentrale overheden.

c) Financiële consequenties (incl. personele) voor bedrijfsleven en burger
Met de wijziging zijn er geen financiële gevolgen voor het bedrijfsleven of burger. Bij de vaststelling van de UM per productgroep, kunnen de (eventuele) financiële gevolgen voor het bedrijfsleven bepaald worden. De Commissie zal gevraagd worden om bij de voorbereiding van de UM daar een schatting van te maken.

d) Administratieve lasten voor rijksoverheid, decentrale overheden, bedrijfsleven en burger
Na vaststelling van UM per product(groep) kunnen administratieve lasten ontstaan en dan zal ook bepaald kunnen worden hoe groot (of klein) de administratieve lasten zijn. In het voorbereidingstraject dienen (administratieve) lasten voor bedrijven, en in het bijzonder MKB, inzichtelijk te worden gemaakt en zoveel mogelijk te worden beperkt. De hoogte van de administratieve lasten is afhankelijk van meerdere aspecten, waaronder de (milieu)voordelen die op kunnen wegen tegen de gemaakte kosten.

Hoewel nog niet duidelijk is welke eisen in de UM zullen worden gesteld en voor welke producten deze UM daadwerkelijk zullen worden opgesteld is in het kader van de implementatie van de Richtlijn een schatting gemaakt van de administratieve lasten die naar verwachting voor de betrokken bedrijven uit de UM zullen voortvloeien. Toen is (uitgaande van de geplande 14 UM) geschat dat de administratieve lasten tussen de € 4,1 en de € 10,1 miljoen bedragen. Vanuit die schatting en de veronderstelling dat bij deze herziening 7 UM zullen worden vastgesteld, zouden de administratieve lasten tussen de € 2 en € 5 miljoen bedragen.

Bij de voorbereidingen van de vaststelling van de UM zal Nederland aandacht vragen voor de proportionaliteit van de maatregelen.

Verder ontstaat er bij de vaststelling van de UM per product(groep) voor de rijksoverheid een plicht tot het houden van toezicht op naleving van die UM. Over de uitvoering van de handhaving worden op dit moment afspraken gemaakt met de handhavingsautoriteit (Voedsel en Warenautoriteit). De uitbreiding van de reikwijdte heeft geen gevolgen voor de handhaving. De financiële gevolgen van het toezicht op de naleving dienen te worden ingepast op de begroting van de beleidsverantwoordelijke departementen, conform de regels budgetdiscipline.

Implicaties juridisch

a) Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving en/of sanctionering beleid
De uitbreiding van de richtlijn heeft gevolgen voor de Wet milieubeer (Wm), waarin de Richtlijn Ecodesign is geïmplementeerd. De Wm behoeft een aanpassing: de huidige reikwijdte (energieverbruikende producten) moet worden uitgebreid (tot energiegerelateerde producten). Tevens moet worden nagegaan in hoeverre de opnieuw uitgeschreven richtlijn verschilt van de huidige, als gevolg waarvan ook op andere plaatsen in de Wm wijzigingen nodig kunnen zijn. Voor de aanpassing worden de volgende problemen voorzien. In de eerste plaats strookt de in het voorstel opgenomen implementatietermijn van één jaar niet met de relatief lange tijdsduur die een wijziging van een wetsvoorstel nu eenmaal met zich brengt (minimaal 18 maanden).

Daarbij is onvoldoende duidelijk welke producten onder de omschrijving van “energiegerelateerde producten” vallen. Hierdoor zouden interpretatieproblemen kunnen ontstaan bij de implementatie van deze richtlijn. Een meer sluitende definitie is derhalve zeer wenselijk.

b) Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen en kaderbesluiten), dan wel voorgestelde datum inwerkingtreding (bij verordeningen en beschikkingen) met commentaar t.a.v. haalbaarheid
In het voorstel is opgenomen dat de herziene richtlijn binnen één jaar na de publicatie dient te zijn geïmplementeerd. Voor de implementatie is in Nederland een wijziging van de Wm nodig. Dit duurt al snel langer dan één jaar (minimaal 18 maanden). Tijdige implementatie lijkt dus niet mogelijk. Nederland zal daarom verzoeken om een verlenging van de implementatietermijn tot anderhalf á twee jaar.

c) Wenselijkheid evaluatie-/horizonbepaling
In 2012 zal de richtlijn geëvalueerd en eventueel herzien worden. Bij een eventuele herziening zal bezien worden of een verdere uitbreiding naar niet energiegerelateerde producten nodig is.

Implicaties voor uitvoering en handhaving

Uitvoerbaarheid & handhaafbaarheid

Dit voorstel heeft geen gevolgen voor de uitvoerbaarheid en de handhaafbaarheid van de richtlijn. De herziene richtlijn heeft tot doel een kader te scheppen voor de vaststelling van nader te bepalen UM inzake ecologisch ontwerp voor energiegerelateerde producten.

De richtlijn zelf stelt dus geen eisen en hoeft derhalve ook niet gehandhaafd te worden. De nader vast te stellen UM daarentegen wel.

Wel zal Nederland bij de voorbereidingen tot de vaststelling van de UM in algemene zin aandacht vragen voor de handhavingaspecten, waarbij zowel handhaving binnen de Europese markt als aan de Europese buitengrenzen een rol speelt

8. Implicaties voor ontwikkelingslanden
De Richtlijn Ecodesign stelt het kader voor het opstellen van nader te bepalen UM en in de UM zal bepaald worden welke eisen voor welke productgroepen gesteld zullen gaan worden. Producenten en importeurs van energieverbruikende (en na de herziening energiegerelateerde) producten, die in de Europese Unie worden geproduceerd en geïmporteerd, dienen aan te tonen dat zij bij de ontwikkeling van hun producten rekening hebben gehouden met energie- en milieuaspecten. Bij de nadere invulling van de richtlijn en vaststelling van de UM gaat Nederland er van uit dat de Commissie zal toezien op de WTO conformiteit van zowel de eisen als de wijze waarop deze tot stand komen, mede vanwege de mogelijk verregaande gevolgen voor producenten in ontwikkelingslanden.

Nederlandse positie

Dit voorstel van de Commissie betreft een herziening van de Richtlijn Ecodesign. Met de voorgestelde uitbreiding van de reikwijdte van de richtlijn kunnen, naast de huidige energieverbruikende apparaten, ook ten aanzien van energiegerelateerde producten (transportmiddelen uitgezonderd) minimumeisen gesteld worden voor de meest relevante milieu-aspecten.

Deze herziening is onderdeel van het actieplan duurzame consumptie en productie en duurzaam industriebeleid (SCP/SIP). De kern van het actieplan wordt, naar tevredenheid van Nederland, gevormd door de ontwikkeling van een dynamisch raamwerk dat moet leiden tot verbetering van de energie- en milieuprestatie van producten en het creëren van een aantrekkelijke marktpositie hiervoor. Ten aanzien van energiegerelateerde producten kunnen, op basis van de voorgestelde uitbreiding van de reikwijdte van de Richtlijn Ecodesign, minimumeisen gesteld worden voor de meest relevante milieu-aspecten. Bij het vaststellen van de minimumeisen wordt direct gecommuniceerd over de “beste stand der techniek” in de vorm van benchmarks, zodat inzicht ontstaat in wat thans technisch en commercieel haalbaar is. Hierdoor wordt inzicht verschaft in hoe de regelgeving zich in de tijd zal ontwikkelen, zodat het voor bedrijven mogelijk is hun langere termijn investeringen hierop af te stemmen. Door regelmatige aanscherping van de eisen en de benchmarks ontstaat er een continu proces van productverbetering. Met dit Europese equivalent van de “Top Runner”-aanpak wordt in de ogen van de Nederlandse regering een belangrijke stap gezet naar het verduurzamen van producten. De koplopers van nu zetten als het ware de norm voor het “peloton” van morgen.

Naast het belang van klimaatverandering moeten bij de uitvoeringsmaatregelen (verordeningen) ook aspecten in beschouwing kunnen worden genomen ten aanzien van het opraken van natuurlijke hulpbronnen, het groeien van de hoeveelheid afval en het tegengaan van verlies aan biodiversiteit, voor zover deze aspecten op grond van studies als significant kunnen worden beschouwd. Denk hierbij aan uitvoeringsmaatregelen gericht op het lichter maken van producten, het vergemakkelijken van recycling of de inzet van alternatieve grondstoffen.

De Commissie verstaat onder energiegerelateerde producten, waartoe de reikwijdte van de Richtlijn Ecodesign wordt verbreedt, producten die zelf geen energie verbruiken, maar wel van invloed zijn op het energiegebruik (zoals isolatiematerialen). In de ogen van Nederland is nog onvoldoende duidelijk welke producten voldoen aan de omschrijving van ‘energiegerelateerde producten’; een meer sluitende definitie lijkt hier wenselijk. Om die reden vraagt Nederland de Commissie om een verdere verduidelijking van de definitie van ‘energiegerelateerde producten’, vooral ten aanzien van de begrippen “energiegerelateerdheid’ en ‘van invloed zijn op het energiegebruik’.

Daarbij zal Nederland de Commissie vragen om op basis van gedegen Life Cycle Analyses (LCA’s), studies en analyses met een (niet uitputtende) lijst te komen van producten die onder de reikwijdte van de herziening zouden kunnen vallen.

Nederland is verder tevreden met het voorstel van de Commissie. Volgens Nederland is er met de voorgestelde uitbreiding naar energiegerelateerde producten, sprake van een evenwichtig voorstel door de gebalanceerde benadering tussen duurzaam produceren en consumeren en duurzaam industriebeleid.

In haar impact assessment identificeert de Commissie, naast energiegerelateerde producten, voor een aantal andere productgroepen aanmerkelijke mogelijkheden voor kosteneffectieve milieuwinsten. Onderzoek op dit gebied is echter nog niet afgesloten en er blijft daarom onduidelijkheid over de mate van (kosten)effectiviteit van een nog verdere uitbreiding van de Richtlijn. Daarom stelt de Commissie voor dat na de afronding van die onderzoeken, op basis van een evaluatie van het actieplan, in 2012 bezien zal worden of verdere uitbreiding van de reikwijdte van de Richtlijn Ecodesign naar alle producten nodig is.

Nederland ziet graag dat de Commissie reeds in 2011 de onderzoeken afrondt en verzoekt de Commissie om de lidstaten over de resultaten van die onderzoeken te informeren.

Nederland is een sterk voorstander van getrapte normstelling, benchmarks en het opnemen van een herzieningsdatum in de uitvoeringsmaatregelen, die op basis van deze Richtlijn worden vastgesteld. Ook onderstreept Nederland het belang dat het werk onder de huidige Richtlijn Ecodesign geen vertraging mag oplopen vanwege de verbreding.

Tot slot zal Nederland de Commissie verzoeken de implementatietermijn van één jaar te verlengen tot anderhalf á twee jaar vanwege de langere duur van het implementatietraject in Nederland.
Bron: http://www.europa-nu.nl/9353000/1/j9vvh6nf08temv0/vi40f12tg2z7
 
 
Magazine Duurzaam verder